Hoe bepaal je je schoenmaat?

“De menselijke voet is een kunstwerk en een technisch meesterwerk”, dat is wat Michelangelo heeft gezegd. Iedere voet is uniek: niemand heeft beide voeten van dezelfde grootte, vorm of verhoudingen. Dit maakt iets de perfecte schoenen vinden iets moeilijker dan men zou kunnen denken.

De meetmomenten
Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat er vier veschillende meetstanden zijn om het ideale schoeisel te vinden:
1. De statische toestand. Ofwel de maat van de voet in rustpositie, wanneer deze zacht en ontspannen is.
2. De voet onder druk. Ofwel de maat van de voet wanneer deze het lichaamsgewicht moet ondersteunen.
3. De functionele stand. Iedere sporter weet dat een hardloopschoen anders dient te zitten dan een volleybalschoen; iedere schoen heeft een specifieke functie, of dat nou is om steun te bieden tijdens lange wandeltochten, of simpelweg een werkdag op kantoor doorstaan.
4. De thermische meting. Voeten zwellen op wanneer het warm is, en slinken anderzijds wanneer het koud is. Zomerschoenen dienen daarom gepast te worden wanneer het warmer is, en vice-versa.
Het beste meetmoment is daarom, voor de meeste mensen, de avond: de voet heeft gedurende de dag alle vier standen doorstaan en is een stuk gevoeliger dan in de ochtend, wanneer zelfs een oncomfortabele schoen prima zou kunnen lijken.

Tips voor het vinden van de ideale schoen
1. Vertrouw niet alleen op het nummer dat op de doos staat! Schoenen worden in verschillende landen geproduceerd, en elk land hanteert verschillende normen.
2. Pas de schoenen met de sokken die je normaal gesproken ook draagt. Het kan verleidelijk zijn om een nét te groot paar schoenen alsnog te kopen, met het idee ze met een dikker paar sokken te dragen, maar van slechtzittend schoeisel wordt geen enkele voet gelukkig. Wees realistisch en probeer schoenen in normale omstandigheden uit.
3. Koop nooit een schoen met het idee dat deze zich aan uw voet aanpast. Natuurlijk kunnen die gemaakt met lichtere en meer flexibele materialen een beetje breder worden, maar of en hoe blijft altijd een gok. Het is stukken beter om een schoen aan te schaffen die direct lekker zit; pijn lijden is nergens voor nodig.
4. Teen en hiel dienen lekker te zitten in de schoen, en niet te knellen! Normaal gesproken moet er ongeveer 1 cm afstand zijn tussen de punt van de voet in het langste deel en de punt van de schoen. Hetzelfde geldt voor de ruimte tussen de hiel en de steun: een vinger moet moeiteloos tussen de twee passeren. Als het te gemakkelijk binnenkomt, is de schoen groot, anders is hij te klein.
5. De zool van de voet, wat technisch het punt is waar de boog begint, moet comfortabel in het breedste deel van de schoen passen. Als je je beperkt voelt, is dat waarschijnlijk niet de juiste schoen voor jou – een goedzittende schoen maakt écht verschil en gaat gemakkelijk lange tijd mee!

Wil je meer informatie? Kom dan naar de schoenenwinkel in Delft. Wij staan u graag te woord!

Share this post

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *